Home en tweets by @Emmenraad
Links naar aangesloten kerken
Activiteiten agenda
Korte samenvatting afgelopen jaar
Contact
Uitgaven
Overige links

o    Normaal komen de leden van de Raad acht maal per jaar bij elkaar. Ter vergadering worden kennismakingsgesprekken gevoerd met nieuwe voorgangers en pastores. Eenmaal per jaar vindt een gesprek plaats met het diaconaal samenwerkingsverband Dabar en eens per jaar met de stichting "Op 't Stee". Dit jaar zijn veel bijeenkomsten door coronamaatregelen niet doorgegaan.    

o    Normaal wordt twee keer per jaar "Kerken bij elkaar" georganiseerd. Zo krijgen de leden van de Raad, maar ook iedere andere belangstellende de gelegenheid zich eens te oriënteren bij een andere kerk of geloofsgemeenschap. Dit jaar zijn beide keren niet door gegaan.    

o    In de maand januari werden een aantal gezamenlijke vieringen georganiseerd in het kader van de Week van gebed voor de eenheid van de Christenen. In Emmen-Zuid in samenwerking tussen PKN wijkgemeente “Zuid” en Baptistengemeente “De Bron”, in Emmermeer tussen PKN wijkgemeente “Emmermeer” en R.K. Paulus kerk en in Emmen-Oost tussen PKN wijkgemeente “Oost” en R.K. Franciscus kerk.     

o    Samen met de Grote Kerk wordt jaarlijks in juli voorafgaand aan de opening van het Full color festival een gezamenlijke viering gehouden in de Grote Kerk.  Dit jaar ging deze niet door.                                                                                                                                                                                                                       

o    Ook in de Grote Kerk organiseert de Raad jaarlijks op Paasmorgen de Vroeg op Pasenviering. Vanuit deze dienst krijgen vertegenwoordigers van kerken en geloofsgemeenschappen het paasvuur mee naar hun eigen vieringen.                                                                                                                         

o    In september organiseert de Raad samen met de Grote Kerk een oecumenelezing in de Grote Kerk. Dit jaar hield Mark de Jager, jonge theoloog des Vaderlands, de lezing "Hoe christelijke theologie kan bijdragen aan de oplossing van actuele vragen in kerk en maatschappij". Door de coronamaatregelen was het bezoekersaantal beperkt, onderstaand kunt u de gehele tekst lezen

o    De Raad heeft de boekjes "Kerken in Emmen" en "Een pelgrimage van Vrede en Gerechtigheid" uitgegeven.                                                                     

o     Jaarlijks probeert de Raad een thema te bespreken. Eerder is o.a. aandacht besteed aan dopen en avondmaal/eucharistie, de diverse gebruiken rond deze thema's werden vastgelegd in een boekje. Vorig jaar werd vergeleken hoe wij hen die het afgelopen jaar zijn  overleden herdenken. Ook hierover is een brochure verschenen. (Zie:uitgaven)                                                                                                                                                                           

o     Vorig jaar oktober werd een oecumenisch werkbezoek georganiseerd in De Schepershof met het thema "Vreemdelingen zijn we allemaal". Er waren ruim 40 deelnemers. We bespraken Vluchtelingenwerk en de problemen rond, maar ook de positieve inzet van asielzoekers.                                                                                                                              

o    Jaarlijks zorgen we voor een afvaardiging van de Raad bij de kranslegging op 4 mei. Dit jaar ging deze door Corona niet door                               

o    In het PKN kerkblad "Op Weg" en in het R.K. blad "Vierluik" worden bijdragen vanuit de Raad identiek aangeboden en gepubliceerd.               

Hoe christelijke theologie kan bijdragen aan de oplossing van actuele vragen in kerk en maatschappij

Oecumenelezing 2020 – Grote Kerk Emmen – Mark de Jager

Geachte aanwezigen,

Ruim een maand geleden was ik met mijn gezin een kilometer hier vandaan. In Wildlands. We hadden ons van te voren aangemeld. We kregen een tijdsslot toegewezen waarbinnen we konden aankomen. Van te voren en ter plekke werden we meerdere keren netjes op de coronaregels gewezen. Stewards bij de ingang wezen ons de juiste looproutes en de ontsmettingsdispensers stonden klaar.

Wildlands lijkt wat dat betreft wel een beetje op de gemiddelde kerk in deze tijd.

Als ik op zondag naar deze Grote Kerk in Emmen, of mijn eigen gemeente de Martinikerk in Groningen wil, dan meld ik mij van te voren netjes aan. In de Martini is er een tijdsslot, je wordt geacht ten minste tien minuten voortijds aanwezig te zijn. Vooraf en ter plekke wordt je meerdere keren netjes op de coronaregels gewezen. Als je binnenkomt staan er gastheren en vrouwen, die je de juiste looproutes wijzen en de ontsmettingsdispensers staan klaar.

De kerk volgt de maatregelen die de overheid haar voorschrijft. Ze is één van de vele organisaties die werden genoemd op de corona-planning van de overheid, waarin aangegeven werd wanneer welke maatregelen werden versoepeld. De kerk en de dierentuin, voor het RIVM zit er geen kwalitatief verschil tussen.

Op deze wereldgelijkvormigheid van de kerk kwam ook kritiek. “Gooi die kerken toch open!” was het pleidooi van EO-presentator Tijs van den Brink. Juist de christelijke theologie zou een tegengeluid moeten laten horen. De scheiding van Kerk & Staat is immers niet slechts een politieke, maar ook een theologische deugd. En juist in deze tijd zouden kerken open moeten zijn, burgerlijk ongehoorzaam, tegen de stroom in.

Zelf hield ik, met vergelijkbare argumenten, een pleidooi om de kerken juist dicht te houden. Juist omdat de kerk, als Lichaam van Christus, haar Heer representeert, zou zij een voorbeeldfunctie moeten hebben als het gaat om maatschappelijke veiligheid.

Deze corona-casus laat zien dat vragen rondom maatschappij, vragen rondom kerk en theologische vragen vaak door elkaar lopen. Dat het helemaal niet zo makkelijk is om die categorieën zuiver uit elkaar te halen. De overkoepelende stelling die ik vanavond zou willen bespreken, is dat theologie, als wetenschap en als manier van spreken, inherent aanwezig is in de manier waarop we in Nederland omgaan met maatschappelijke vraagstukken. Sterker nog, dat het publieke debat in Nederland niet kan zonder goede theologie.

En vanuit dat standpunt, dat theologie en maatschappelijke vraagstukken verbonden zijn, wil ik met u kijken naar wat dat betekent voor de rol van kerken als instellingen waarin haar leden en bezoekers theologisch worden gevormd.

De komende veertig minuten wil ik vijf stellingen met u bespreken. Stellingen die gebaseerd zijn op observaties die ik de afgelopen jaren heb opgedaan, als student theologie, en als actieve deelnemer aan debatten in zowel de kerk als de maatschappij.

Door middel van deze stellingen wil ik met u verkennen op welke manier theologische en maatschappelijke vragen met elkaar verweven zijn.
En ik hoop dat deze stellingen u aanzetten om uw eigen gedachten te vormen over wat theologie is, en welke plek een christen in de maatschappij heeft. In het tweede deel van de avond kunnen we dan hopelijk tot een gesprek komen om onze gedachten en visie op de roeping van christenen in de maatschappij verder te vormen.

O ja, en bij elke stelling sluit ik uiteraard af met een klein oecumenisch perspectief. Dit is niet voor niets de oecumenelezing.

Stelling 1: elke Nederlander is theoloog.

Om te kunnen spreken over de bijdrage van theologie bij maatschappelijke vraagstukken, is het goed om eerst onderscheid te maken tussen twee soorten theologen.

Als we spreken over theologie denken we soms aan een academische discipline. Theologen zijn dan mensen die aan de universiteit hebben gestudeerd, om daarna aan het werk te gaan in de kerk, in het onderwijs of op andere plekken in de maatschappij.

Maar er is ook een bredere definitie van theologen. Een definitie die door de geschiedenis heen ook serieus is genomen in de wetenschappelijke theologie. Zoals u misschien weet, is de letterlijke betekenis van het woord “theologie”, spreken over God. Het is samengesteld uit de Griekse woorden Theos – God – en Logos, dat spraak, rede of logica betekent. In de breedste zin van het woord is iedereen die ‘spreekt over God’ dus een theoloog.

En juist in Nederland is dat misschien wel extra waar. Theoloog Stefan Paas zei ooit: dat Nederland zeventien miljoen bondscoaches kent, maar minstens net zoveel theologen. Toen mijn tandarts hoorde dat ik theologie studeerde, was zijn reactie direct “ik ben atheïst”.

Nu is het de vraag hoe werkbaar een dergelijke brede definitie is. Want als iedereen theoloog is, dan is alles theologie, en dan wordt deze lezing wel heel lang. Maar het punt is dat we geen recht doen aan de breedte van theologie, wanneer we theologie alleen maar beschouwen als iets wat in studeerkamers, pastorieën en universiteiten gebeurt.

Daarom hanteer ik een andere afbakening van theologie, die ook gedeeld wordt door een aantal theologen uit de geschiedenis, zoals Augustinus, Luther en Karl Barth.

Ik denk dat serieus spreken óver God, pas theologie kan worden als er ook sprake is van een serieus spreken mét God. Met andere woorden: Een theoloog is een biddend mens. Mijn atheïstische tandarts zal bijvoorbeeld niet erkennen dat spreken over God en zijn eigenschappen ook maar enige positieve maatschappelijke impact kan hebben. Immers, iets wat je ontkend kan je niet vruchtbaar doordenken.

Het is ook goed om je te beseffen dat de echt verstokte atheïsten in de minderheid zijn in Nederland. Onderzoek van het Centraal Planbureau wijst uit dat het geloof in een god, of goddelijke macht toeneemt. En zelf ervaar ik ook dat er steeds meer openheid is voor theologie als ik ergens wordt uitgenodigd om te spreken in het publieke domein. Waar in de jaren ‘70, 80 en 90 er een groeiende afkeer was voor alles wat rook naar kerkelijkheid, zie ik bij mijn generatie juist een hernieuwde interesse in God en geloof. Een generatie waarvan de grootouders vaak al niet meer naar de kerk gingen, draagt niet de last van negatieve ervaringen met de kerk. Voor hen is geloven iets exotisch, daarvoor ga je backpacken in Tibet.... Of op bezoek bij de pioniersplek om de hoek.

Tot slot over deze stelling. Het woord oecumene, betekent in haar oorspronkelijke zin “het geheel van de bewoonde wereld”. Oecumene is het streven om iedereen een plaats te geven. Ik denk dat de nieuwste ontwikkelingen van religieus verlangen in mijn generatie, uw kerken voor de uitdaging stellen om te laten zien dat het evangelie een antwoord is op dat religieuze verlangen. Dat backpacken in Tibet je verlangen naar God niet oplost, maar dat wij met het evangelie van de gekruisigde en opgestane Heer een schat in handen hebben waar we trots op zijn. Een schat waar de hele bewoonde wereld baat bij heeft. En het is onze uitdaging om onze kerken te presenteren als plekken waar je theologisch gevormd kan worden, maar daarover later meer.

Stelling 2: het bespreken van maatschappelijke problemen is niet hetzelfde als theologie, ook al wordt dat wel vaak gedacht.

Theologie heeft dus een onuitwisbare plaats in de Nederlandse maatschappij. Zelfs nu haar academische positie verzwakt is, doen mensen continu theologische uitspraken. Of het nou gaat om de relatie tussen islam en geweld, over de relatie tussen zingeving en burnouts, tussen kerk en homorechten, in allerlei gesprekken en debatten zijn sporen van theologie te vinden.

Maar juist doordat de aandacht voor theologie als academische studie krimpt, zien we ook een groei van een gebrek aan kennis. Denk maar aan al die politici die uitspraken doen over de “joods-christelijke samenleving”, zonder enige gezonde reflectie op wat Joden en Christenen nou eigenlijk geloven. Toen Geert Wilders een paar jaar geleden in de Tweede Kamer werd gevraagd naar zijn belangrijkste joods-christelijke waarde, antwoorde hij: “eigen volk eerst”. Je kunt daarom lachen, maar je kunt ook zien als een symptoom van slechte theologie.

Ik geef deze lezing niet om Geert Wilders theologisch het vuur aan de schenen te leggen, want van zijn politieke tegenstanders zijn vergelijkbare voorbeelden te geven. Waar het mij om gaat is dat het gegeven dat aan de ene kant Nederlanders onverbeterlijk theologisch spreken, botst met het gegeven dat de academische theologie, en het theologische kennisniveau van de gemiddelde Nederlander flink te lijden heeft onder secularisatie.

Daardoor zie je op sommige plekken dat academisch gevormde theologen in een kramp schieten. Ze lijken van mening dat theologie relevant gemaakt moet worden. Dat theologen zich vooral zoveel mogelijk moeten bemoeien met maatschappelijke thema’s, en moeten helpen in opinievorming. Maar deze gezochte relevantie kan juist het probleem ook weer groter maken. Ik noem een paar voorbeelden, te beginnen bij de huidige coronacrisis.

De coronacrisis levert voer voor theologen. Er zijn al diverse boeken verschenen die de theologische en kerkelijke consequenties van de crisis beschrijven. Om er maar twee te noemen, de bekende Anglicaanse theoloog Tom Wright schreef een boek met de pakkende titel “God en de pandemie”. En diverse Nederlandse theologen schreven “Kerk in tijden van corona.” Het laat iets zien van de behoefte om theologisch te reflecteren op wat er in deze crisistijd gebeurt.

Het probleem is echter dat theologie werk van de lange adem is. Het duurde honderden jaren voordat de canon van de Bijbel definitief was vastgesteld; gedachten over de Drie-eenheid zijn door eeuwen heen gerijpt, en er is denk ik geen ander wetenschapsgebied waar bronnen van honderden jaren oud niet slechts als data, maar ook als serieuze academische gesprekspartners worden beschouwd. 

Een Oosters-Orthodoxe broeder vertelde mij ooit enthousiast dat hij verwachtte dat slechts(!) binnen enkele eeuwen een paar theologische geschillen tussen de Orthodoxe kerken en de Rooms-Katholieke kerk zouden worden weggeruimd. Als een eeuwigheid voor God slechts een moment duurt, waarom zouden wij dan denken dat wij snel de koers van de kerk kunnen bijsturen?

Die theologische traagheid maakt dat ik bedacht ben op grote uitspraken over de gevolgen van de coronacrisis voor de kerk. De crisis is nog niet voorbij en we kunnen nu niet zien waar we straks uitkomen. Theologisch duiden gebeurt mijns inziens het beste (ruimschoots) achteraf.

Niet alleen de coronacrisis is een voorbeeld van de reflex om theologie te snel te willen toepassen op maatschappelijke thema’s. In de laatste decennia van de vorige eeuw zagen we dat theologen een belangrijke stem waren in het anti-kernwapendebat, en recenter kunnen we allemaal het kerkasiel in de Haagse Bethelkapel in herinnering brengen.

Toch is het niet automatisch zo dat een reflectie op maatschappelijke problemen automatisch theologisch is. In het geval van de kernwapenprotesten zagen we dat politieke motivaties van theologen vaak sterker aanwezig waren dan de theologische. Dat is risicovol, omdat naar de buitenwereld toe daarmee de relevantie van theologie naar de achtergrond kan komen. Juist het duidelijk maken van de meerwaarde van theologische reflectie is belangrijk binnen een debat. Waar spreekt de activist en waar de theoloog? Let op, ik bedoel niet dat het verkeerd is om op te staan tegen onrecht, om je in te zetten tegen kernwapens of voor vluchtelingen. Maar als je te snel een labeltje theologie plakt op iets wat geen theologie is, doe je zowel de theologie als je argumenten voor de bestrijding van het maatschappelijke vraagstuk te kort.

Een voorbeeld van hoe het wél kan is het Platform Kerk & Aardbeving. In dat platform zijn alle kerken in het aardbevingsgebied verenigt, om expertise te delen, samen op te trekken en samen in gesprek te gaan met maatschappelijke organisaties. Zo heeft het Platform Kerk & Aardbeving succesvol de aandacht gevestigd op de spirituele vragen die opkomen bij de slachtoffers van de gaswinning. Wanneer je niet meer veilig bent in je eigen huis, roept dat vragen op over thema’s als machteloosheid en veiligheid, waar een psycholoog of overheidsmedewerker je niet zomaar mee verder helpt. Naar aanleiding van het werk van het platform zijn er in het aardbevingsgebied drie geestelijk verzorgers aangesteld die zich fulltime, op kosten van de overheid, inzetten om mensen te helpen om zingevingsvragen een plek te geven. De overheid, de dorpen en de kerken zelf ontdekken op deze manier iets van de meerwaarde van theologie, en één van de concrete extra opbrengsten is het ontstaan van de Dorpskerkenbeweging in de PKN.

Kortom, niet alle antwoorden die theologen geven op maatschappelijke problemen komen automatisch voort vanuit een sterke theologie. Dat is een risico, omdat daarmee de waarde van een theologische inbreng kan worden ondermijnd. Waar wel sprake is van een goede theologische basis voor inbreng in een maatschappelijk debat, zien we dat er ook daadwerkelijk mensen worden geholpen, én het belang van theologie helderder voor ogen komt te staan, zoals in het voorbeeld van het platform Kerk & Aardbeving.

Wanneer theologie wil spreken over maatschappelijke vraagstukken, dan moet ze dat doen vanuit haar eigen expertise. En dat werkt het beste wanneer dat oecumenisch wordt ingestoken. Eén van de grote krachten van het Platform Kerk & Aardbeving is dat kerken van elke denkbare denominatie zijn aangesloten en meewerken, van Doopsgezind tot Reformatorisch en van Rooms-Katholiek tot Evangelisch. Het is deze oecumenische samenwerking die de gezamenlijke theologische reflectie tot bloei brengt.

Stelling 3: Het bespreken van kerkelijke problemen is niet automatisch theologie, ook al wordt dat wel vaak gedacht.

Als het spreken over maatschappelijke problemen vanuit een theologisch perspectief zo nauw komt, dan kan de reflex zijn om jezelf terug te trekken in de kerk. Maatschappelijke problemen zijn voor de sociologen, en de kerk is er voor de theologen. De kerk heeft immers al problemen genoeg, zo heb ik het afgelopen jaar gemerkt.

Wanneer je een titel krijgt als “jonge theoloog des vaderlands”, dan zijn er gemeentes die denken: hé een jonge theoloog, die kan de jeugd weer terug in de kerk brengen. En zo ben het afgelopen jaar op verschillende plekken gevraagd om kerkenraden en gemeentes te adviseren over hun toekomst.

De werkelijkheid is echter dat veel van de vragen waar de kerk voor staat niet per se theologische vragen zijn. Zo zien we dat in het noorden kerken vaak last hebben van het vertrek van jonge leden. Maar dit is op veel plekken niet het exclusieve probleem van de kerken. In de dorpen op het Groningse platteland trekken jongeren uit het dorp weg om te studeren, om na hun studie door te verhuizen naar de Randstad. In zulke dorpen is de leeftijdsverdeling in de kerk vaak helemaal niet zo veel anders dan in het geheel van het dorp. De krimp van de kerk is daar dus niet zozeer een theologisch, maar eerder een demografisch of sociologisch probleem. Een probleem waar door allerlei overheidsinstanties ook al aan wordt gewerkt.

Een vergelijkbare ontwikkeling is dat we onder jongeren ook al langer de tendens zien dat zij op een meer fluïde manier omgaan met lidmaatschap van verenigingen. Lokale voetbalverenigingen, politieke partijen, vakbonden én de kerken hebben daar allemaal op een vergelijkbare manier last van.

De kerk heeft er baat bij om breder te kijken dan alleen maar theologisch als het gaat om haar ontwikkeling. Daarvoor is in veel kerken een cultuurverandering nodig. Want het gebeurt maar al te vaak dat de kerk allereerst naar de theologen kijkt als het om het omgaan met problemen gaat.

Ik word Deo Volente morgen beroepbaar gesteld als predikant in de PKN, en ben dus volop beleidsplannen en profielschetsen van gemeentes aan het lezen. Het valt mij op hoe vaak gemeentes nog de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van hun kerk bij de predikant neerleggen. De predikant moet gezinnen en twintigers aanspreken, om hen opnieuw te betrekken bij de kerk. De predikant moet de ouderen bezoeken, zodat zij zich verbonden met de kerk blijven weten. De predikant moet zichtbaar zijn in het dorp, om ook de missionaire roeping van de kerk handen en voeten te geven.

En tegelijkertijd zien we dat 1 op de 4 predikanten een burn-out krijgt voor zijn vijftigste levensjaar. 1 op de 4. Daarnaast is dit een dure manier van werken. Een predikant is meestal een academische professional, met een heel specifieke en nuttige set vaardigheden, en je hebt er baat bij om goed te zoeken naar hoe je die vaardigheden kan inzetten om de gemeente te versterken.

Want in het licht van de hiervoor geschetste problemen is er ook goed nieuws. Kerken hebben een schat in handen, namelijk onze leden. In kerken zitten niet alleen maar beroepstheologen. Er zitten mensen die actief zijn op andere plekken in het dorp, mensen met verschillende werk- en opleidingsachtergronden, mensen met hun eigen gaven en talenten.

Als kerk moet je ontdekken hoe die veelkleurigheid aan achtergronden en talenten kan helpen om ontwikkelingen in het dorp beter te begrijpen. Misschien heeft de voorzitter van de lokale voetbalvereniging wel veel beter zicht op wat de jongeren in het dorp bezighoudt dan de dominee. En heeft een gemeenteambtenaar een beter zicht op welke groepen in het dorp meer aanwezig zijn, en dus ook bijzondere aandacht van de kerk behoeven.

En dan is de volgende stap dat theologie om de hoek komt kijken. Want de theoloog staat daarna op en stelt de vraag: wat heeft God met deze ontwikkelingen te maken? Dat klinkt misschien nog wat vaag, maar ik wil dit duidelijk maken aan de hand van een persoonlijk voorbeeld.

In de Groningse wijk Lewenborg zijn we bezig met het opzetten van een pioniersplek. Binnen ons team zijn we bezig met veel zaken die niet per se theologisch zijn. We hebben gesprekken met de gemeente over het grote armoedeprobleem in de wijk. We leren de samenstelling van de wijk kennen, om te begrijpen waar een nieuwe geloofsgemeenschap actief zou kunnen worden. We zoeken naar een plek tussen de vele maatschappelijke organisaties in de wijk.

Deze, meer sociologisch georiënteerde stappen hebben echter een theologisch basis. De vraag waar wij telkens bij uitkomen is: hoe dragen wij bij aan de bloei van de wijk? Dat is een vraag die geworteld is in een tekst van de profeet Jeremia: “Bid tot de Heer voor de stad, en zet u in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei.” Met andere woorden, juist het praktisch inzetten, met sociale middelen, voor de bloei van onze wijk is een essentieel onderdeel van een groter theologisch verhaal. Een theologisch verhaal waarin gebed ook belangrijk onderdeel is. Opnieuw zien we dat theologie en gebed onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Kortom, andere vakgebieden zijn belangrijk om kerkelijke plannen te ontwikkelen, duiden en uitvoeren. Het is theologie die de motivatie en basis vormt van die plannen. Waar het op aankomt is onderscheiden wat wanneer nodig is.

Opnieuw eindig ik deze stelling met het belang van oecumene. Ons team in Lewenborg komt uit allerlei verschillende kerkgenootschappen. Deze diversiteit heeft een praktische oorsprong én een theologische oorsprong. De praktische oorsprong is dat er in de PKN-gemeente in de wijk te weinig vrijwilligers zijn om een nieuwe gemeenschap mee te starten. De theologische basis is echter dat er in de wijk veel christenen wonen die naar andere kerken in de stad gaan. Onze visie is echter dat een christen een roeping heeft voor de plek waar hij woont. En daarom proberen we de onderlinge verschillen in gesprek te brengen, en samen te werken aan en bidden voor de bloei van de wijk. Zo worden de praktische vragen mede opgelost vanuit een theologische motivatie.

Stelling 4: Duurzame theologie heeft een basis in de betrekking op Christus

Tot nu toe heb ik laten zien dat theologie wel degelijk mee kan doen in het gesprek over maatschappelijke en kerkelijke problemen, maar dat dit wel vraagt om een duidelijke afbakening van wat theologie is. Onder deze vierde stelling wil ik iets dichter ingaan op die afbakening, en dan met name op wat volgens mij de essentiële basis en meerwaarde van theologie is, zowel in de kerk als in het maatschappelijke debat.

Eerder in deze lezing definieerde ik theologie als spreken over God én spreken mét God. Het onderscheid tussen theologie en andere wetenschappen, is de veronderstelling dat datgene wat jij bestudeert direct betrekking heeft op je persoonlijke geloof. Een medicus kan prima een onderzoek doen naar een ziekte waar hij zelf niet onder lijdt. Nobelprijswinnaar Ben Feringa kan fascinerend onderzoek doen naar nanotechnologie, maar die technologie laat hij ’s avonds achter in zijn labaratorium op de Groningse Zernikecampus. 

Bij theologie ligt dat anders. Juist omdat theologie eigenlijk elk mensenleven wel raakt, geldt dat academische theologie ook niet los kan staan van het persoonlijke leven van de theoloog. Sommige theologen doen hun uiterste best om zich op te sluiten in oude teksten en volgepakte studeerkamers, maar vroeg of laat blijkt dat de persoonlijk achtergrond, de vragen van de theoloog zelf en de teksten waar hij meer werkt invloed uitoefenen op zijn theologie en op zijn persoon.

Dat heeft ermee te maken dat theologie betrekking heeft op een kern. We hebben een levende God, die naar mensen is gekomen in zijn Zoon. Die Zoon wordt in de Bijbel zelfs ‘Woord van God’ genoemd. Denk even terug aan de Griekse betekenis van het woord “theologie”. Logos van Theos. Woord van God. Jezus Christus is de geïncarneerde theologie.

In de christelijke theologie is Jezus Christus zowel het centrum van de geschiedenis als centrum van de Kerk. Dat besef lijkt de afgelopen decennia soms wat buiten beeld te zijn geraakt. De kerk was zo druk bezig maatschappelijk relevant te zijn, dat zij haar kern uit het oog verloor.

Het is dan ook een goede zaak dat het devies waarmee de Protestantse Kerk in Nederland de afgelopen jaren beleid heeft geprobeerd te maken: “Back to basics” is. Terug naar de kern.

Een radicale bezinning op wat het goede nieuws van Jezus, het evangelie, te zeggen heeft in deze tijd is nodig om bepaald te worden bij je roeping in de wereld. Je kunt niet bij dat laatste beginnen en het eerste achterwege laten. Dat is volgens mij ook een antwoord op die vraag die ik van gemeenten krijg, en ik net al noemde. Hoe krijgen we de jongeren in de kerk?

Jongeren zijn niet op zoek naar een fancy, toegankelijk, maatschappelijk verantwoord verhaal. Dat vinden ze wel bij de psycholoog, op Instagram of andere plekken. Waar jongeren naar op zoek zijn is authenticiteit. Wat is nou hét unieke verhaal van de kerk? En wat heeft dat verhaal te zeggen tegen de prestatiecultuur waar zij in leven?

En juist vanuit die kern, vanuit dat evangelie, ontstaat ruimte om te spreken en te handelen met betrekking tot maatschappelijke thema’s en crises. Ik geef opnieuw een voorbeeld voor hoe dat voor mij persoonlijk werkte.

In de week voor Pasen werd ik gebeld door een kerk in het Veluwse Heerde. Heerde is één van de zwaarst getroffen dorpen tijdens de eerste coronagolf. En een paar dagen voor Pasen belde de lokale Hervormde Gemeente mij op en vertelde dat hun predikant in het ziekenhuis was opgenomen vanwege de complicaties van een coronabesmetting. Of ik de Paasmorgendienst kon overnemen.

Op Paasmorgen was ik in Heerde. De prachtige, enorme Johanneskerk was leeg. Voor de kansel stond een camera en ik leidde de dienst voor de camera. “De Heer is waarlijk opgestaan”, maar dan zonder antwoord van de gemeente. Bij de voorbeden kwamen ook de afkondigingen. Sinds Goede Vrijdag waren er zeven gemeenteleden bezweken aan het virus. Eén van de ambtsdragers, een begrafenisondernemer, vertelde dat hij drie keer per dag naar het plaatselijke verzorgingshuis werd geroepen vanwege een nieuw overlijden.

Daar stond ik dan. Als beginnende voorganger. Te vertellen over opstanding uit de dood, het feest van het leven vieren, in een gemeenschap die ik niet in de ogen kon kijken, en waar de dood aan de orde van de dag was.

Ik heb toen gepreekt over Romeinen 8. Over hoe Jezus’ opstanding betekent dat niets ons kan scheiden van Jezus liefde. Ik heb er ook een column over geschreven, om iets van mijn gevoel te delen met de maatschappij. En er kwamen op de kerkdienst en op die column enorm veel reacties.

Het maakte iets los, bij de gemeente, bij christenen en niet-christenen in het land die zochten naar een theologisch antwoord op de coronacrisis. Nu gaf die preek niet een antwoord op de moeilijke vragen die een crisis oproept, maar de kerk schiep ruimte om aan de ene kant het lijden een plek te geven én tegelijkertijd het hoopvolle verhaal van Jezus’ opstanding daarnaast te plaatsen. En blijkbaar is dat Paasverhaal zo krachtig, dat zelfs in de diepste crisis mensen binnen en buiten de kerk door dat verhaal kunnen worden gedragen.

Ik denk dat de reflectie op het evangelie de inhoud is, en de vorm biedt, van het belangrijkste maatschappelijke spreken wat een theoloog kan doen. Dat betekent niet dat je altijd over Jezus moet beginnen bij elk willekeurig maatschappelijk thema wat langs komt, maar wel dat je altijd bereid moet zijn om de kwetsbaarheid van het spreken over een gekruisigde en opgestane Heer in te brengen.

Of, zoals Paulus en Petrus dat zeggen, om je niet te schamen voor het evangelie én altijd bereid te zijn je geloof te verantwoorden.

Tot slot bij deze stelling. Wat betreft oecumene pleit deze evangelische basis voor een scherp onderscheid tussen het oecumenische gesprek en het interreligieuze gesprek. Er is terecht een groeiende aandacht voor het gesprek tussen het christendom en andere religies, zoals de islam. Het is belangrijk dat er in dat gesprek wordt geïnvesteerd, want wij delen met onze islamitische landgenoten een godsgeloof dat veel seculiere Nederlanders losgelaten hebben. Samen optrekken, van elkaar leren, samen optreden in het maatschappelijke debat is dan ook een groot goed.

Tegelijkertijd is de kern van het geïncarneerde Woord, de grond van het geloof in Jezus Christus als Heer, een dermate belangrijke basis dat dit samenspreken begrensd is. Oecumenisch spreken is spreken vanuit de gedeelde basis van het evangelie, terwijl interreligieus gesprek een gesprek is van verschillende kernverhalen die zoeken waar samen opgetrokken kan worden, zonder dat deze kernverhalen samen hoeven te gaan. De Amerikaans-Kroatische theoloog Miroslav Volf noemt dat “contending particular universalisms”. Met die term bedoelt hij dat religies elk een verhaal met elk een eigen waarheidsaanspraak hebben, en dat die de waarheidsaanspraak van andere religies uitsluit. Maar dat betekent niet dat je die verschillende religies niet met elkaar in gesprek zou kunnen brengen. Oecumenisch gesprek vindt echter plaats vanuit een gedeelde waarheidsaanspraak, namelijk de Waarheid die wordt gevonden in Jezus Christus, die zichzelf de Waarheid heeft genoemd.

Stelling 5: theologie heeft maatschappelijke impact als gemeenteleden worden toegerust van onderop.

Iedereen is theoloog, dat was onderdeel van mijn eerste stelling. Maar juist secularisatie maakt dat het reflecteren op je eigen theologische positie, en het in staat zijn om de theologische componenten in een debat te zien, vaak onder druk komt te staan.

Dat zorgt voor de reflex dat theologie soms te snel spreekt in het maatschappelijke debat, of zich juist terugtrekt in de kerk. Beide reflexen zijn niet vruchtbaar. Het goede van theologie is dat zij, vanuit een levend geloof in de levende God, vragen naar zingevingsaspecten in maatschappelijke thema’s op tafel kan brengen en zo kerk en maatschappij in gesprek kan houden. Ik denk dat dat een beetje een samenvatting geeft van wat ik tot nu toe heb betoogd.

Wanneer we deze vijf stellingen samenbrengen is de vraag die misschien bij u naar boven komt: wat kunnen we daarmee?

Ik denk dat het besef dat academische theologie blijvende waarde heeft, en dat tegelijkertijd secularisatie het theologische kennisniveau van Nederlanders onder druk zet, maakt dat kerken hun rol als theologische opleiders kracht moeten bijzetten. Kerken hebben een schat van 2000 jaar aan theologische ervaring in handen, en het is juist nu nodig om die schat in de etalage te zetten. Om gemeenteleden toe te rusten, en met hen te zoeken hoe je in je dagelijkse werk een getuige van Jezus kan zijn. Hoe je, in daden en in woorden, de schatten van het evangelie kan delen en daar zelf op kan reflecteren.

Kerken mogen zich actief bezig houden met het opleiden van mensen. Het theologisch vormen van gemeenteleden, jong en oud, in hoe zij de oude teksten van de Bijbel en theologen opnieuw tot leven kunnen brengen in de praktijk van elke dag. Dat is de core business in de kerk. Het is een core business die kerken en predikanten soms lang hebben laten liggen, maar die juist in deze tijd een nieuwe impuls kan krijgen.

Kerken kunnen hun gemeenteleden trainen in theologie, door hen in gesprek te brengen met christenen van andere achtergronden. Oecumenisch gesprek helpt om onder woorden te brengen wat voor jou de meerwaarde van het evangelie is, om samen te zoeken naar de vertolking van dat evangelie in de maatschappij.

Geachte aanwezigen,

We hebben als kerken goud in handen. Een evangelie dat 2000 jaar geschiedenis heeft overleefd, dat in allerlei tijden en contexten opnieuw is verwoord en opnieuw is doordacht. Theologen, academisch geschoold of in de kerk wijs geworden, zijn steeds opnieuw in staat geweest om bijdragen te leveren aan het maatschappelijke debat. Onze uitdaging is om in een tijd waarin het religieuze analfabetisme toeneemt, hernieuwde aandacht te schenken aan het belang van theologische diepgang en reflectie. Soms vraagt dat om even afstand te nemen van de directe reactie op maatschappelijke vragen, en onszelf te bepalen bij de basics van het geloof, want het zijn die basics die ook vandaag de dag zichzelf in de hele oecumene, de hele bewoonde wereld, kunnen bewijzen. 

Dank u wel voor uw aandacht.